|
Eén integraal tarief per cliënt voor de verloskundige zorg. De eindsituatie laat zich eenvoudig samenvatten maar zijn er vele uitvoeringsvormen denkbaar. STBN verwacht dat VWS noch zorgverzekeraars daar expliciet eisen aan zullen stellen. Volop ruimte dus om er – passend bij de eigen ambities, het profiel van de regio en het ontwikkelstadium van de samenwerking in de keten –vormen voor te kiezen. Maar wie is de hoofdaannemer van deze verbouwing?
STBN ziet inmiddels globaal drie mogelijkheden om het hoofdaannemerschap te vervullen:
- De zorgverleners vervullen ketenbreed in gezamenlijkheid zelf die rol. Tezamen richten zij een zorggroep op (middels een Stichting, BV of coöperatie), waarvan zij zelf – al of niet risicodragend - eigenaar zijn, met een bestuur, directie en ondersteunend apparaat. Huisartsen hebben hier ervaring mee opgedaan bij de inrichting van de ketenzorg chronische ziekten. De Zorggroepen worden verantwoordelijk gehouden voor de zorginhoud door instanties als IGZ.
- Eén beroepsgroep is namens de anderen de hoofdaannemer. Zoals een casemanager de spil is die de zorg rond de zwangere coördineert, is de betreffende beroepsgroep (c.q. een rechtspersoon namens deze) verantwoordelijk voor de contracteren met de zorgverzekeraar van alle verloskundige cliënten.
- Een alternatief is het aannemerschap uit te besteden aan een onafhankelijke organisatie. Deze voert de opdracht uit conform de afspraken die door alle betrokken met elkaar zijn opgesteld, en faciliteert alles wat nodig is om op de nieuwe wijze samen te werken.
Los van de vraag voor welke constructie er gekozen wordt, veronderstelt het geïntegreerd aanbieden van verloskundige zorg aan de cliënt en integrale bekostiging een hoog niveau van samenwerking.
|