|
Ervaringen en successen Integrale Bekostiging |
|
In de chronische zorg wordt er al langere tijd gewerkt met integrale bekostiging. Er zijn vele Zorggroepen waar de zorg voor COPD en/of diabetes is ondergebracht namens huisartsen, ondersteuners en specialisten. Een verschil is dat deze zorg zich in de basis afspeelt binnen de 1e lijn met een beperkt aantal consulten door specialisten. Een ander verschil is dat COPD of diabeteszorg een deel is van de dienstverlening die huisartsen en specialisten bieden. In de geboortezorg gaat het voor verloskundigen en kraamzorg om de gehele dienstverlening, hun “core business”. Dit maakt de belangen groter, wat een negatief, maar ook een positief effect kan hebben op het slagen van het invoeren van een integrale bekostigingsstructuur.
Waar er gedreven voortrekkers zijn met bestuurlijke capaciteiten, boekt men de beste resultaten als het gaat om vernieuwing en samenwerking. Dat zien we als opvallende leerervaring van regionale trajecten.
Een belangrijke succesfactor is de gezamenlijke commitment voor een breed gedragen visie op de zorg die geleverd wordt. Ervaringen leren dat de implementatie en effectmeting van een dergelijk project 4 tot 5 jaar duurt. Het voorgenomen tijdspad van de minister strookt hier niet mee. In haar brief aan de NZa in juni 2011 verzoekt zij voor de invoer van een integraal tarief in 2013.
Een positief gevolg van integrale bekostiging en de samenwerking in zorggroepen is het feit dat er meer zicht komt op kwaliteit. De Zorggroep wordt door de Zorgverzekeraar afgerekend op prijs en kwaliteit; binnen de Zorggroep ontstaan er dus systemen om de kwaliteit onderling te toetsen, te bevorderen en te vergelijken. Benchmark-bijeenkomsten, waarbij men aan de hand van prestatie-indicatoren met elkaar het gesprek aangaat, worden als zeer zinvol ervaren.
Het inrichten van zorggroepen staat haaks op marktwerking. De bereidheid tot samenwerking zal niet belemmerd moeten worden door de Wet op Mededinging. De huisartsenzorg heeft in deze van de inspectie uitstel van executie gekregen. Hoe voorkomen we dit binnen de verloskundige sector?
Goede ICT is een belangrijke randvoorwaarde, ten behoeve van de uitwisseling van cliëntgegevens, declaraties en informatie (zoals managementrapportages en kwaliteitsrapportages).
Substitutie – verschuiving van zorg van de 2e naar de 1e lijn – is een belangrijk doel van de huidige Zorggroepen in de chronische zorg. De huidige bezuinigingen op het tarief van de huisartsen echter worden ervaren als een onterechte korting: om elders naar verhouding meer geld te besparen zijn huisartsen meer verrichtingen gaan doen. Het is dus belangrijk dat een dergelijke verschuiving niet ‘afgestraft’ maar aangemoedigd en gehonoreerd wordt.
Een ander belangrijk punt is de hoogte van het integraal bedrag dat per cliënt ter beschikking wordt gesteld door de zorgverzekeraar. Zoals de minister ook in haar brief aangeeft, zal er aan case mix gedaan moeten worden. Cliëntbehoeften en kosten kunnen per regio kunnen immers sterk verschillen. Een interessante vraag is daarbij of bij het vaststellen van het bedrag per cliënt wel of geen rekening wordt gehouden met de huidige regionale zorgkosten in het oude systeem. Was het tot nu toe duurder of goedkoper dan gemiddeld doordat er meer, betere, efficiëntere of andere zorg werd geleverd?
Hoe het ook ingericht wordt, feit is dat de huidige zorginkoop zoals de zorgverzekeraar nu uitvoert, neergelegd wordt bij de zorgverleners zelf. Dit biedt kansen maar zal ook spanningen opleveren in de onderlinge verhoudingen. Het vergt visie, transparantie, en bereidheid het gezamenlijk en cliëntbelang te laten prevaleren boven de eigen portemonnee.
 |